stRaten-generaal

Oosterweel - brief Gecoro

GECORO

College van Burgemeester en Schepenen
Grote Markt 1
2000 Antwerpen

 

uw bericht van

uw kenmerk

ons kenmerk
Gecoro
datum
27 juni 2005
vragen naar
Lieve Brasseur
gecoro@stad.antwerpen.be
telefoon
03 244 52 39
fax
03 248 24 54
GSM/semafoon

 


Betreft : Masterplan Antwerpen

 

Geachte mevrouw,

Geachte heren,

 

De Gecoro heeft onlangs op eigen verzoek een mondelinge presentatie gekregen van de nv BAM over het Masterplan Antwerpen. In dat verband wensen wij de volgende bedenkingen en adviezen naar voor brengen.

 

Inspraak en besluitvorming

De Gecoro stelt met spijt vast dat de stad niet over het Masterplan heeft gediscussieerd met haar commissie voor ruimtelijke ordening, noch met de welstandscommissie of de stadsbouwmeester.  Het betekent dat er niet echt gezamenlijk werd gedebatteerd over de  verschillende mogelijkheden en niet werd gezocht naar een keuze van de beste mogelijkheid. Wij betreuren deze werkwijze ten zeerste.

 

Terzijde stellen wij vast dat er ook inzake samenwerking tussen de stad en de betrokken instanties veel vragen rijzen.

Noch de stad, noch haar adviescommissies, noch de ruime bevolking werden gehoord : allen worden voor voldongen feiten gesteld.

De Gecoro zelf kreeg een mondelinge toelichting van de nv BAM, maar zelfs na herhaald aandringen weigerde men om afdrukken van de presentatie vrij te geven. Een ernstig inhoudelijk debat wordt aldus zo goed als onmogelijk gemaakt.

 

Een en ander doet vermoeden dat de Vlaamse regering een beslissende uitspraak doet over een van de belangrijkste infrastructuurwerken op Vlaams niveau via een sluipende besluitvorming.

Deze werkwijze is onaanvaardbaar.

 

De Gecoro begrijpt dat het voor de Antwerpse regio belangrijk is dat zich in de vooropgestelde timing van de infrastructuurwerken geen vertragingen voordoen. Toch dringen wij erop aan dat het stadsbestuur formeel zou reageren tegen de huidige gang van zaken; zij vraagt dat de Vlaamse regering alsnog geen definitief besluit zou nemen zonder dat de stad en haar bevoegde commissies een gefundeerd advies hebben kunnen uitbrengen.

 

 

Nv BAM :  rol en opdracht

Een eerste bedenking gaat over de opdracht die nv BAM/ TV SAM moet uitvoeren.

Die lijkt primair een doorstromingsprobleem op de Antwerpse ring te zijn. Er wordt gesproken over Antwerpen als draaischijf voor het Europees transport, maar er wordt niet gerapporteerd over een grondige analyse van intermodaal transport, en er wordt nauwelijks gerept over de ontwikkelingen in de transportsector en de ontwikkelingen in het bedrijfsleven waaraan wordt toegeleverd.

 

In de transportsector wordt al jaren gedacht om met name containers van en naar de havens te bundelen. Het zijn namelijk dikke stromen die zeer eenvoudig 60 à 100 kilometer buiten het havengebied kunnen worden gebracht per spoor of over een dedicated line, om vervolgens van daaruit verdeeld te worden. Hetzelfde principe is van toepassing voor het vrachtverkeer.

Daarmee kan een deel van het verkeer met herkomst en bestemming Antwerpse haven aan de ring worden onttrokken. Het doorgaande verkeer zou via de Liefkenshoektunnel ruim rond Antwerpen geleid kunnen worden.

Dan blijft over het transport tussen de Rotterdamse en Antwerpse haven, waarvoor het afronden van het dossier van de havenspoorlijn een goede oplossing zou zijn.

Tot slot kan de recente uitspraak over de IJzeren Rijn in de beschouwing rond het intermodaal transport worden betrokken, en kan er waarschijnlijk voor het vrachtverkeer van heel andere (lees : lagere) cijfers worden uitgegaan.

 

Het Masterplan, een geïntegreerde aanpak?

De opdracht van de nv BAM betreft in eerste instantie in de uitwerking van het Masterplan Antwerpen.  Dit oorspronkelijk Masterplan bestaat uit een verzameling van een aantal projecten, met o.m. ook voorzieningen voor openbaar vervoer en fietsers.

 

De bewering dat de aanpak binnen het concept WIAM de geïntegreerde benadering van het geheel beoogt wordt tegengesproken door de vaststelling dat in feite niets wezenlijk is toegevoegd aan dat project.

Een minimale wisselwerking met de opbouw van het Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen, of binnen het proces van de Afbakening van het Grootstedelijk Gebied Antwerpen ontbreekt volledig. Met name de stedenbouwkundige ontwikkelingen op het Eilandje (cfr tracé viaduct) of op de kop van Merksem (al of niet herbouwen van de brug IJzerlaan, eventuele ontwikkeling van bedrijvigheid langs het Albertkanaal, of meer stedelijke ontwikkelingen aansluitend bij de kern van Merksem) komen niet aan de orde .

Ook de inplanting van het nieuwe station Antwerpen-Noord blijft zeer vaag; het excuus dat dit een federale materie betreft is naast de kwestie.

 

Er zijn nog andere voorbeelden te geven van een gebrek aan geïntegreerde benadering, zeker uitgaande van een specifiek ecologisch standpunt, of van een globale duurzame benadering.

 

Oosterweelverbinding?

Ook al zijn er andere mogelijkheden te bedenken om de verkeersproblematiek rond Antwerpen op te lossen, als de Oosterweelverbinding op een goede zorgvuldige manier wordt ontworpen zou dat geen probleem hoeven te zijn.

 

De brug aan de noordkant van de stad, zoals we die kennen uit publicaties en zoals die aan de Gecoro is voorgesteld, de zogenaamde Lange Wapper, kunnen we zo niet voorstellen.

Voor zover er al een bovengrondse verbinding moet worden gemaakt, dan zou die toch zeker naar het noorden, ter hoogte van Mexico-eiland en droogdokken-eiland moeten opschuiven.

Inzake de beeldvorming denken wij meer aan een zo slank mogelijk viaduct langs de noordzijde van het Albertkanaal, die aan het eind van het Amerikadok oversteekt waardoor de Royersluis vrij blijft. 

 

 

 

Waarom de Lange Wapper ligt zoals hij ligt zou te maken hebben met het draaien van de panamaschepen in de zwaaikom van het Amerikadok. Er zijn evenwel aanwijzingen om het  viaduct toch op te schuiven naar het noorden.

Volgens de evolutie mondiaal verdwijnen de panamaschepen, zodat op termijn de noodzaak voor een zwaaikom verdwijnt. 

Verder zal volgens het Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen het grootste deel van de noordelijke havenzones stedelijk gebied worden : in het gebied gelegen tussen het Asia- en het Straatsburgdok en de Noorderlaan doet de verstedelijking zich nu al voor (Metropolis, Decathlon, bedrijven, kantoren).   Ook om de continuïteit van het doortrekken van de Groene Singel te bewaren is het aangewezen om het viaduct op te schuiven.

 

Tenslotte bestaat nog altijd de mogelijkheid om een boortunnel te bouwen voor de Oosterweelverbinding; volgens betrouwbare berekeningen zou die tunnelversie voor dezelfde prijs kunnen worden gemaakt als het huidige plan.

 

De Gecoro adviseert het college om bij het Gewest erop aan te dringen dat er bij het uitschrijven van de openbare aanbesteding de twee mogelijkheden worden opengelaten, met name een viaduct en een boortunnel.

 

Effect van het sluiten van de ring : stedelijke impact

Wanneer uiteindelijk geen belemmeringen voor een oeververbinding overblijven, en de juiste juiste positie van een viaduct is gekozen, dan blijft de vraag wat het optimaal economisch effect is en terzelfdertijd wat het optimaal ruimtelijk effect (EE-rapportage) is van het sluiten van de ring. Immers, om te zien welke impact de sluiting teweeg zou brengen moeten verkeer en stedenbouw tezamen worden bekeken. Dit is hier niet gebeurd.

 

Overigens valt te betwijfelen of een dergelijke ingreep kan in een gebied dat bestemd is als stedelijk gebied, gelet op de Europese regelgeving inzake milieu, in het bijzonder op het gebied van luchtkwaliteit, Nox, CO2 en Fijnstof. Om in de toekomst geen problemen te hebben inzake bijvoorbeeld de luchtkwaliteit, is het absoluut vereist om er nu rekening mee te houden en het nodige onderzoek te verrichten. 

 

De Gecoro meent dat de effecten van de ingreep op het leefklimaat en de stedelijke kwaliteit van met name het Eilandje mee in beschouwing moeten worden genomen.

 

Besluit

De Gecoro heeft ook oog voor de positieve elementen uit het Masterplan , zoals : de aandacht voor de natuurontwikkeling op Linkeroever, het streven naar compactheid van de infrastructuur om het ruimtebeslag te beperken, de Groene Singel.

 

Wij benadrukken dat wij niet a priori tegen de Oosterweelverbinding zijn – op voorwaarde dat de verbinding opschuift naar het noorden en een viaduct is - als sluiting van de ring, maar vinden het nodig erop te wijzen dat een betere inzet van de Liefkenshoektunnel ook als oplossing dient te worden onderzocht. Eveneens dient de mogelijkheid van een boortunnel te worden opengelaten bij het uitschrijven van een openbare aanbesteding.  Verder moeten ook de effecten van de ingreep op het leefklimaat en de stedelijke kwaliteit worden onderzocht.

Alleszins vinden wij dat de Oosterweelverbinding in samenhang met het Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen moet worden bekeken.

 

Tot slot herhalen wij dat wij erop aandringen dat er geen beslissende uitspraken worden gedaan zonder doorgedreven samenwerking met en adviesverlening door de stad.

 

Hoogachtend

 

René Daniels
Voorzitter
Lieve Brasseur
Secretaris


Grote Markt 1 – 2000 Antwerpen
college@stad.antwerpen.be