stRaten-generaal


 
Dossier Oosterweelverbinding

De Morgen, 15 november 2006, Manu Claeys en Peter Verhaeghe

Het einde van de tunnel

In november vorig jaar belde iemand uit de omgeving van de Franse bouwgroep Bouygues ons op. Het bouwconsortium was van plan om binnen de bestekprocedure voor de Antwerpse Oosterweelverbinding een tunnelproject in te dienen. De Vlaamse regering wilde dat wettelijk onmogelijk maken via een ruimtelijk uitvoeringsplan dat alleen een viaduct zou toelaten.
Onbegrijpelijk vond hij dat, want het consortium wilde een ondergronds alternatief voorstellen dat op het vlak van veiligheid en betaalbaarheid de vergelijkende toets kon doorstaan met een viaduct. Bovendien zou het kwetsbare en waardevolle stadsweefsel bovengronds intact blijven, zou er minder geluids- en luchtvervuiling zijn, en was een tunnel veel goedkoper in onderhoud dan een viaduct. Waarom negeerde men al die voordelen zo flagrant? Waarom gunde men het dossier geen kans en wilde men de spelregels op maat van specifieke spelers maken?
Een paar maanden eerder had stRaten-generaal zelf aan de alarmbel getrokken. Op een persconferentie hadden we een alternatief tracé naar voor geschoven voor dit bouwproject dat de hele noordelijke stadskant van Antwerpen dreigt kapot te maken. Toen werd al duidelijk dat een viaduct hoog over het Eilandje niet alleen aanhoudend autostradelawaai zal creëren tot in het stadscentrum, maar ook de verdere stedelijke ontwikkelingskansen van het omliggende gebied zal hypothekeren en het groene recreatiegebied Noordkasteel zal doen verdwijnen. Om nog maar te zwijgen over de uitstoot die vele duizenden vrachtwagens van op een viaduct met hoge stijgingsgraad dagelijks de stad zullen injagen. In Duitsland of Oostenrijk is zo’n oplossing al lang niet meer toegelaten, zelfs niet in onbewoonde gebieden, in Vlaanderen is het in volle stadsgebied blijkbaar de enige stedenbouwkundig toegelaten oplossing.

Intussen zijn we een jaar verder en is het ruimtelijk uitvoeringsplan zonder ondergrondse optie definitief door de Vlaamse regering goedgekeurd. Dit is een merkwaardige kronkel, want stedenbouwkundige regels hebben net tot doel om de impact van bouwwerken op het bovengrondse weefsel zo klein mogelijk te houden – precies wat een tunnel beoogt. Hoort een tunnel juridisch onmogelijk maken dan nog wel tot de doelstelling van een ruimtelijk uitvoeringsplan?
Waarom wilde de Vlaamse regering de concrete beoordeling van deze tunneloplossing tegenhouden en waarom bracht het Antwerpse stadsbestuur het tunnelontwerp – dat vorige week alsnog in de media werd toegelicht – nooit in de openbaarheid? Op 20 april 2005 lichtte burgemeester Janssens hierover een tip van de sluier: ‘De hele discussie over de vraag of er nu een viaduct of een tunnel moest komen voor de sluiting van de Ring, heb ik gevoerd met de vraag hoe ik ervoor kon zorgen dat er zo weinig mogelijk manifeste discussie tussen coalitiepartners en met de oppositie over was’ (Knack).
Uit angst voor partijpolitieke discussie – in dit geval vooral met partijgenoten uit de hogere overheden (want binnen het college wijst men het viaduct af) – werd het politieke debat over dit dossier in de kiem gesmoord. Laten we door de zure appel heen bijten, was de boodschap. We zijn niet gelukkig, maar we mogen dat vooral niet laten zien.
Is dit niet de tol die we betalen voor een politieke cultuur waarin kritiek uiten stilaan verward wordt met conflicten zaaien, waarin men liever slechte beslissingen neemt in peis en vree dan goede beslissingen op basis van discussies? Wie het politieke dispuut koste wat het kost binnenskamers wil houden, introduceert uiteindelijk het recht van de best geïnformeerde. Discussies genereren immers kennis voor velen.
Op 16 maart 2006 organiseerde de Koning Boudewijnstichting een studiedag getiteld: ‘Beter beslissen door dialoog - Waarom en hoe kan participatief bestuur leiden tot betere publieke besluitvorming?’ In een algemene inleiding verwees Tim Heysse, filosoof en onderzoeker aan de Katholieke Universiteit Brussel (KUB), naar Habermas en Machiavelli. Hij herinnerde eraan dat macht en kennis twee noodzakelijke voorwaarden zijn om goede beslissingen te nemen. Hij legde uit dat in een democratie ‘iedereen’ macht en kennis moet kunnen verwerven om tot een betere besluitvorming te komen, en dat dit de echte bekommernis van politici zou moeten zijn. Niet het achterhouden van kennis dus om de eigen macht groter te maken. Momenten van tweestrijd in een samenleving mag je niet uit de weg gaan. Om tot de best mogelijke oplossing te komen moet je ze net heel transparant maken.
Morgen is het werelddag voor de stedenbouw. In Turnhout organiseert de vakwereld een praktijkdag, o.a. over het ruimtelijk uitvoeringsplan als een van de basisinstrumenten in de relatie tussen planning en uitvoering. Misschien kan men van de gelegenheid gebruik maken om ook het debat te voeren over hoe planningsprocedures soms verlopen in functie van reeds genomen bouwopties. Dat bleek bij het dossier van het Antwerpse Kievitplein. De indruk is gewekt dat dit ook bij de Oosterweelverbinding het geval is.


Manu Claeys en Peter Verhaeghe
voor stRaten-generaal
]