stRaten-generaal, 5 september 2005
in EMMA, Entreprise de Modes et Manières d’Aujourd’hui in het hoekhuis Oosterweelsteenweg/Siberiastraat/Droogdokkenweg te Antwerpen aan de Royerssluis vanuit Antwerpen centrum volgt u de Schelde richting haven tot de verkeerslichten vóór de Royerssluis - het bakstenen pakhuis op uw rechterzijde is het gebouw van EMMA. (de ingang is in de Droogdokkenweg)
Waarom de voorziene Oosterweelverbinding haaks staat op wat Antwerpen zichzelf stedenbouwkundig toewenst. Of hoe het Antwerpse stadsbestuur als opdrachtgever voor het Antwerpse ruimtelijk structuurplan in conflict dreigt te komen met de Vlaamse regering, en hoe een alternatief tracé een uitweg kan bieden
Het door de Vlaamse regering geplande Oosterweelviaduct ter hoogte van het Antwerpse Eilandje wordt door de meeste urbanisten, mobiliteitsexperten en milieudeskundigen als een slecht project bestempeld. Vraag bovendien aan een individuele politicus wat hij of zij ervan vindt en bijna altijd blijkt ook hij of zij er ‘niet echt’ gelukkig mee. Toch ziet het er naar uit dat de Vlaamse regering dit voor Vlaanderen grootste bouwproject sinds de jaren zestig over enkele maanden tegen alle weerstand in goed zal keuren.
Hoe belandt een gemeenschap in een dergelijke situatie? Zij die wel eens actie voeren tegen dit soort politiek handelen en daaruit resulterende stedenbouw herkennen vier elementen.
Eén: maak het hele besluitvormingsproces sluipend en hou het binnen beperkte kring. Op die manier wordt het eventuele critici moeilijk gemaakt om tijdig gefundeerd te reageren. Maak er met andere woorden politiek een voldongen feit van vooraleer de bevolking (en haar vertegenwoordigers binnen adviesraden) zich kan informeren en uitspreken.
Twee: doe dit o.a. door het bouwproject onderdeel te maken van een groter politiek akkoord – noem het een Masterplan – waarin voor elke politieke partij wat wils zit. Vertel dat het een moeizaam bekomen compromis is waarin elkeen zich uiteindelijk vinden kon. De individuele politicus die dan nog kritiek uit, wordt uitgespuwd als niet-loyaal. Hij of zij mag de klim op de politieke ladder vergeten. De deskundige die vanuit welk veld ook kritiek levert, heeft niet begrepen hoe de democratie werkt.
Drie: zaai paniek door de discussie te verengen tot een kwestie van economische rampspoed indien het project er niet komt in de naar voor geschoven vorm en binnen de vooropgestelde timing. ‘We hebben niet langer tijd te verliezen, we hebben al te lang getreuzeld’ wordt dan het mantra dat alle rationaliteit uit het debat haalt op het moment dat het publieke debat beginnen kan (lees: mag). In het verlengde hiervan schets je een beeld van doeners versus dromers. En van leiders die knopen moeten doorhakken (‘hun verantwoordelijkheid nemen’) versus weifelaars die steeds weer alles in vraag stellen (‘aan de gang blijven’).
Vier: koppel één aan drie en wimpel alle te verwachten kritiek uit de civiele samenleving af als ‘rijkelijk laat’, wetende dat je zelf die samenleving negeerde tijdens het besluitvormingsproces, waardoor buitenstaanders onvermijdelijk achter de feiten aan hollen. Wat net de bedoeling was. Met ‘dan had men maar eerder met kritiek moeten komen’ smoor je finaal elke vraag tot een grondig debat in de kiem.
Om de bestaande weerstand tegen het viaduct een objectief karakter te geven en de discussie constructiever en inhoudelijker te laten verlopen, rest uiteindelijk maar één weg: nagaan hoe het project zich verhoudt ten opzichte van beleidsvisies over de ruimtelijke ordening, en evalueren of de overheden intellectueel geloofwaardig blijven. Best wordt meteen ook een alternatieve benadering van de problematiek naar voor geschoven.
Vlakbij de plek waar de voorziene Oosterweelverbinding gepland wordt organiseert stRaten-generaal daarom een persconferentie waarop het bouwproject gekaderd wordt binnen de visie ontwikkeld in de stedenbouwkundige bijbel voor Antwerpen, met name: het ruimtelijk structuurplan. Hiermee wil SG ingaan op de eindconclusie van de Antwerpse gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening in haar advies van 27 juni ll. over de Oosterweelverbinding: ‘Alleszins vinden wij dat de Oosterweelverbinding in samenhang met het Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen moet worden bekeken.’
Drie dagen eerder- op 24 juni 2005 – had het Antwerpse college het voorontwerp van dit structuurplan goedgekeurd. Het lijvige document bulkt van pertinente en hedendaagse inzichten rond kwaliteitsverhoging bij stadsontwikkeling, op maat van de Antwerpse context. Maar zoals zo vaak bij degelijke studies en doordachte concepten blijkt in de reële uitvoering ervan eerder vroeg dan laat een groot verschil te bestaan tussen de intenties en de praktijk.
De huidige invulling van de Oosterweelverbinding staat haaks op de idee van de renovatio urbis zoals die staat uitgewerkt in het voorontwerp van het structuurplan. Ze hypothekeert met name de ontwikkeling van de harde ruggengraat (Rechteroever, pp.266-275 in het voorontwerp), de zachte ruggengraat (Linkeroever, pp.314-315) en wat men het Levend Kanaal noemt (p.361) in het algemeen en drie hefboomprojecten (Omgeving Luchtbalstation, Cadixwijk/oude Dokken/Montevideo en Middenvijver) in het bijzonder.
Voor het Antwerpse stadsbestuur dringt zich bijgevolg een fundamentele keuze op: óf de voorziene Oosterweelverbinding gedogen (met viaduct naast het Eilandje en bovengrondse snelweg op Linkeroever) óf het ruimtelijk structuurplan goedkeuren.
Het stadsbestuur deed in februari 2005 al een poging om uit deze impasse te raken. Het bestelde een ‘second opinion’ over de kosten van een eventuele tunnel. Dat was moedig maar tegelijk een sprint met te korte beentjes. Uitgaande van het structuurplan-in-opmaak had men beter geopteerd voor een studie over een alternatief tracé dat compatibel is met dit structuurplan. Dan had men meteen de vele voordelen – behalve stedenbouwkundige ook budgettaire, verkeerstechnische, ecologische en werfmatig functionele (minder hinder) – verbonden aan dit alternatief kunnen vaststellen.
Aan de hand van een powerpointpresentatie met visueel materiaal wil stRaten-generaal zo’n alternatief voorleggen.
Contact: 03 272 26 76