De Morgen, 3 september 2005, Eric Rinckhout
“De Oosterweelverbinding is een probleem voor de ontwikkeling van het Eilandje. In de eerste plaats visueel”, zegt Paola Viganò over het nog te bouwen noordelijke sluitstuk van de Antwerpse ring. “Het Structuurplan zegt niets over de Oosterweelverbinding omdat ze niet tot de bevoegdheid van de stad behoort. De Vlaamse overheid beslist.”
De verbinding doorkruist wel letterlijk uw Structuurplan.
Viganò: “Volgens ons zijn er andere manieren om het mobiliteitsprobleem op te lossen. Een viaduct is niet de enige mogelijkheid. Wij zijn niet overtuigd, helemaal niet overtuigd van het nut van deze oplossing. We hebben dat al vaak gezegd toen we ons Structuurplan aan het voorbereiden waren, tot het duidelijk was dat we daar niets over te zeggen hadden.
“Ons idee is dat het niet zo nuttig is om de ring te sluiten. De stad werkt anders. De relatie tussen de stad en de rest van de omgeving moet open zijn. Je moet kijken naar de verkeersstromen en dan ligt het niet voor de hand dat je de ring sluit zoals men dat nu wil doen. Er zijn andere verbindingen die niet of nauwelijks gebruikt worden omdat er tol geheven wordt.”
U pleit voor een beter gebruik van de Liefkenshoektunnel.
Viganò: “Natuurlijk. Die ligt er al. Men gaat nu een enorme investering doen, maar eigenlijk moet je heel zorgvuldig uitkiezen in welke projecten je investeert. De Oosterweelverbinding mag dan geen investering van de stad zijn, het gaat uiteindelijk om geld van de belastingbetaler. Je kunt daar andere dingen mee doen voor de stad.”
Zal die brug een grote impact hebben?
Viganò: “We weten nog altijd niet waar ze komt en hoe ze er zal uitzien. Maar ze zal zeker een mooi stuk natuurgebied vernietigen aan het eind van de kaaien. Dus ja, de verbinding zal een impact hebben. De discussie is gesloten, maar ja…”